"Een happy end, en dat is voor beginners"
The Herald, 24 juni 1997
Anne Johnstone
DRIE jaar geleden kwam Joanne Rowling in Edinburgh aan met een baby onder de ene arm en een manuscript met ezelsoren onder de andere. Ze bezat niets anders dan dat, behalve dan de spreekwoordelijke kapotte koffer.
“Dit boek zorgde er voor dat ik niet krankzinnig werd. Ik kende niemand behalve mijn zus. Ik ben nog nooit erger blut geweest dan toen en het kleine beetje geld dat ik had gespaard ging op aan babyspullen. Na mijn huwelijk, terwijl ik mijn hele leven had gewerkt, was ik opeens een werkeloze alleenstaande ouder in een klein flatje. Het manuscript was het enige wat ik had om aan te werken.”
Rowling vertelt over deze donkere dagen terwijl ze in een zonnig café in Nicolson Street zit, en nu hebben deze dagen al een aura van lang, lang geleden. In de voorafgaande paar dagen hebben twee Amerikaanse uitgeverijen geboden op de Amerikaanse rechten voor dit manuscript. Dit is nu haar eerste boek, Harry Potter en de Steen der Wijzen, dat deze week in Engeland is uitgebracht door Bloomsbury. Het bieden ging tot ruim in de zes cijfers.
“Dollars, geen Ponden,” zegt Rowling op de ‘WYSIWYG’ (Wat je ziet is wat je krijgt, cc) manier die ook haar schrijven karakteriseert. OK, maar dit is nog steeds veel geld voor een debuut, een kinderboek, dat geschreven is door een alleenstaande moeder voor wie minder dan drie maanden geleden het vooruitzicht van een 2500 pond tellende beurs van de “Scottish Arts Council” een geschenk uit de hemel was.
Overigens bood het SAC haar 8000 pond zodra ze het manuscript hadden gelezen, een bedrag dat nu de grootste beurs is die ooit aan een kinderboekenschrijfster is gegeven.
Als dit als een fantasieverhaaltje klinkt, het is fantasie, maar het is het ook niet. Joanne’s verhaal is echt, ook al voelt het nu als een droom waarvan ze bang is om er uit wakker te worden. Harry’s verhaal is fantasie, maar een verhaal dat met genoeg alledaagse zaken is vermengd om het een realistisch tintje te geven.
Ze bedacht de verhaallijn tijdens een treinreis in 1990. “Treinen zijn altijd al behoorlijk belangrijk geweest in mijn leven. Mijn ouders hebben elkaar op een trein ontmoet.” De held, Harry, is wees geworden onder mysterieuze omstandigheden die er voor gezorgd hebben dat hij een litteken in de vorm van een bliksemschicht op zijn voorhoofd heeft. Hij is naar zijn vervelende oom, tante en hun dikke verwende zoontje gestuurd om daar te lezen. Maar een vreemde brief, die bezorgd wordt door een uil (nou, is dat dan niet altijd zo?) brengt hem op weg, nee, op het spoor dat naar Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-pocus, dat, zoals Rowling zich altijd al heeft voorgesteld, in Schotland ligt.
Op Zweinstein ontdekt hij dat hij een soort van beroemdheid is en ontdekt dat zijn ouders heel erg belangrijk waren in Tovenaarskringen. Hier volgt een serie van avonturen die fantastisch zijn in beide betekenissen van het woord: een baby draak smokkelen, Zwerkbal leren, een drie dimensionaal spel dat op bezemstelen wordt gespeeld, een grote trol verslaan, en tenslotte het beginnen van een wanhopige en gevaarlijke zoektocht naar de o zo belangrijke Steen der Wijzen.
Harry is helemaal geloofwaardig en doet denken aan verschillende personages van Roald Dahl, vooral Charlie Buckett en Matilda. De film-achtige effecten die de laatste het meest succesvol tot leven heeft gebracht zou ook hetzelfde voor Potter kunnen doen. De meeste van de personages zijn pure karikatuur maar Rowling geeft doe dat Harry’s alleswetende klasgenoot, Hermelien, een zelfportret is. “Ze is heel erg als hoe ik was toen ik 11 was – aan de buitenkant een net klein betwetertje maar aan de binnenkant heel erg onzeker.” Joanne was verbaasd toen kortgeleden aan haar werd gevraagd hoe ze het vond om een fantasieverhaal geproduceerd te hebben terwijl de Carnagie Shortlist (=lijst met goede boeken, door bibliothecarissen uitgekozen, cc) helemaal vol staat met puur realisme.
“Ik denk dat kinderen een beetje een ontsnapping uit deze wereld nodig hebben, maar ik denk niet dat Harry Potter gescheiden is van de realiteit.” Ik suggereer dat dit boek in zijn essentie een boek over macht is, en dit bevalt haar.
“Ja. Zeker. Kinderen zijn zo machteloos, maar ze zijn wel blij. Het idee dat we een kind kunnen hebben dat ontsnapt aan de beperkingen van de volwassenen wereld en ergens naar toe gaat waar hij macht heeft, zowel letterlijk als metaforisch, sprak me echt aan. Het is een traditioneel thema: het idee van de wees en de mysterieuze verborgen bestemming, maar dit concept van ‘er uit breken’ is een veelvoorkomende fantasie voor kinderen.
Het boek gaat ook over het misbruik van macht, dat het meest duidelijk is in de “Duistere” tovenaar, wiens naam te gruwelijk is om uitgesproken te worden. Maar ook in het karakter van Draco Malfidus, de pestkop van school. Harry Potter zou een uitstekend boek zijn voor project werk voor degenen die tussen de 9 en de 13 zijn, gezien de hernieuwde bezorgdheid over pesten op Schotse scholen.
Het feit dat dit boek zo goed te lezen is komt deels door zijn lachwekkende beschrijvingen en dialogen. Het sympatieke schoolhoofd, Albus Perkamentus, heeft een litteken op zijn linkerknie dat een “perfecte plattegrond is van de Londense metro”. Het gezicht van de verschrikkelijke oom Herman gaat “sneller van rood naar groen dan een verkeerslicht” wanneer Harry zijn eerste ‘uilogram’ krijgt. Een eenzame West Ham supporter wordt op Zweinstein, waar iedereen gek is van Zwerkbal, belachelijk gemaakt door een jonge tovenaar: “Ron kon niet begrijpen wat er zo spannend was aan een spel met maar één bal en waarbij het aan niemand toegestaan was om te vliegen”.
Lindsey Fraser van “Book Trust Scotland” zegt dat ze sinds Brian Jacques (schrijver ‘Om middernacht gaat het spoken, cc) nog nooit zo veel genoten heeft van een eerste boek en kan niet wachten voor het vervolg, dat volgend jaar uit zal komen. “Het is veel meer dan alleen komedie. Het is een meeslepend avonturenverhaal met een tijdloos aspect dat kinderen geweldig zullen vinden,” zegt Fraser. Het boek zal centraal staan in de “Trust’s Now Read On” promotie in Schotse bibliotheken.
Ik heb het boek uitgeprobeerd op mijn 11 jarige dochter Laura, een
hyperactief extrovert meisje, en de 12 jarige Jill Allardice, een heel intelligent maar veel
verlegener meisje. Ze rekenen Harry Potter beiden tot de top-5 boeken die ze ooit hebben gelezen.
Jill zei “Het verhaal hield me vast vanaf de eerste pagina, en ik had het in één
keer uit gelezen als mijn ouders me niet naar bed hadden gestuurd.”
Feitelijk gezien, als er al een mindere kant aan Rowlings verhaal is is dit het is dit het specifieke gevaar dat ze "De Nieuwe Roald Dahl" genoemd zal worden, wat haar zou kunnen belemmeren.
Joanne's eerste boek ging over een konijn dat Konijn heette. "Ik was ongeveer zes, en sinds dat moment ben ik niet gestopt met schrijven, maar dit is de allereerste keer dat ik had geprobeerd om iets uit te geven." Ze ontving een 'zachte afwijzing van Penguin. "Ik kon het maar naar één uitgever tegelijk sturen omdat me ik het kopiëren niet kon veroorloven."
Toen nam de agent Christopher Little haar aan en verkocht Harry Potter aan Bloomsbury. "Ze zijn geweldig geweest. Ze hebben het heel voorzichtig aangepast en de plekjes waar ze wilden dat ik iets aanpasten werden er alleen maar beter van."
Voor een eerste boek is het opmerkelijk naadloos, alsof het geschreven is in een enkele stroom van inspiratie. De realiteit is echter het tegenovergestelde. Ze bedacht het idee van de Steen der Wijzen met zijn kracht om zijn eigenaar te genezen en onsterfelijk te maken tijdens haar korte, niet succesvolle huwelijk in Portugal.
Terug in Edinburgh begon ze met het kerven van een boek uit "een onsamenhangende massa van avonturen" waarbij ze de Steen als centraal thema gebruikte. “Ik was er gewend aan om met Jessica een ommetje in een buggy te maken, en wanneer ze in slaap viel wist ik dat ik ongeveer anderhalf uur had, dus haastte ik me naar het dichtstbijzijnde café en schreef daar heel veel.
Nu ze het geld en alle tijd van de wereld heeft om te schrijven, voelt
ze zich geïntimideerd
door het vooruitzicht. "Ik
ben er zo aan gewend dat ik het schrijven tussen andere bezigheden moet proppen dat ik er
niet zeker van ben dat ik om kan gaan met een heleboel tijd."
Ze is zelfs aan het overwegen om weer Frans te gaan geven, de parttimebaan waardoor ze het hoofd
boven water kon houden tot ze de SAC beurs kreeg.
Op dit moment legt ze de laatste hand aan het vervolg. "Vraag me niet of ze werken. Ik ben er te close mee."
Terwijl Joanne problemen heeft om zichzelf als schrijfster te accepteren, kost het haar 4-jarige dochtertje, Jessica, geen moeite.
De twee bekeken kortgeleden een boek over het werk dat mensen doen.
"En wat doen mama's?" vroeg Joanne, terwijl ze een 'normaal' antwoord als 'koken' of 'afwassen' verwachtte.
"Mama's," zei Jessica zonder te aarzelen, "Mama's schrijven!"