"Van de bijstand naar Hollywoord"
Electronic Telegraph, 2 augustus 1997

Elizabeth Dunn

Een paar maanden geleden was Joanne Rowling blut. Nu vechten filmstudio’s over de filmrechten van haar kinderboek.

JOANNE Rowling, een persoon die waarvan bekend is dat ze vaak in haar eentje aan een tafel in bij het raam op de eerste verdieping zit, vraagt de ober voor een menu: “Je gaat eten?” vraagt hij en de verbazing zorgt er voor dat hij zijn zwabberende servet laat vallen. Al drie en een half jaar is Rowling een vaste klant van Nicolson’s, aan de Princes Street in Edinburgh en bestelt vaak expresso en een glas water en schrijft een boek in een lastig aanelkaar geschreven handschrift. Je zou kunnen denken dat het eerder een scene uit de romantische fictie van Parijs in de jaren vijftig is dan een waargebeurd leven van een bijstandsmoeder in 1994 in Schotland.

Rowling herinnert zich dat er dagen waren dat haar benen trilden van de overdosis caffeïne terwijl ze de buggy langs de trap naar beneden manouvreerde. Vandaag vindt Rowling het prettig om haar interview hier in het café ter grootte van een danszaal te geven, dankzij het verblindende, desoriënterende financiële succes van [ Harry Poyyer en de Steen der Wijzen]. Zijn staf is op de been en zijn net zo close als familt en discreet trots op hun wonderkind.

Er zijn interessante parallellen tussen leven en kunst. Het leven van Harry Potter, dat uit haar pen vloeit, reflecteert de isolatie van de 31-jarige vrouw die een beetje in zichzelf verdiept is, haar rood-gouden hoofd gebogen over vellen papier aan een tabel terwijl om haar heen een drukke, bevolkte zaak draait. Hij is een wees wiens aankomst in de mensenwereld wordt voorafgegaan door horden uilen die overdag vliegen en de eerste elf jaren van zijn leven moet doorbrengen met gemene, aardse ouders die in een buitenwijk wonen, tot hij naar een kostschool voor tovenaar wordt overgebracht om de wetenschap van toverkunst te leren. Vanaf hier is het verhaal dat van Amageddon, maar het wordt uitgevochten op de schoolpleinen van Greyfriars (CC: hoort bij de Universiteit van Oxfort, soort van kostschool-achtig iets maar dan van een universiteit).

Eerder deze maand, op de dag nadat Mevil Burgess de verschrikkelijk prestigieuze Carneggie Medal voor kinderfictie voor zijn boek genaamd ‘Junk’ heeft gewonnen, zijn kroniek over de schokkende realiteit van heroïne verslaving, heeft Rowling een krachtig voorbeeld voor escapades in kinderliteratuur gegeven.

Zij vindt dat er plaats voor beide moet zijn. Bloomsbury, dat vorige maand hier Harry Potter uitgaf, denkt dit ook en het argument wordt versterkt door de deal van meer dan $100.000 die Rowling voor het eerste deel van de 7 Harry Potter boeken heeft met Scholastic Press in Amerika. Vier filmmaatschappijen, twee Britse en twee Amerikaanse hebben geboden voor de rechten. Rowling heeft Kes als kind gelezen en leuk gevonden, maar ze genoot ook van Narnia en Ballet Shoes en Paul Gallico. Maar ze zegt dat fantasy haar niet écht in het bijzonder aanspreekt.

“Ik lees het niet, en het voelt raar om datgene wat ik heb geschreven fantasy te noemen. Het vindt allemaal natuurlijk plaats in een hele fantasie-achtige context, maar ik denk dat we allemaal sommige van de karakters wel eens ontmoet hebben. Harry heeft geen ouders om van te houden, zijn liefde en loyaliteit gaat uit naar zijn frienden, maar er zijn volwassenen on hem heen waarvan hij denkt dat ze zijn ouders wel zouden kunnen zijn. Ik ben veel meer geinteresseerd in die ideeën.”

De breekbaarheid van menselijke relaties is een terugkerend thema in het leven van Rowling zelf. Ze kreeg het idee van Harry en een kostschool voor tovenaars in een vertraagde trein van Manchester naar Londen in 1990. Op dat moment had ze geen pen en papier, iets dat ze niet gewend was, en de vier uur die volgden zat ze opgescheept met haar grote idee en niets om het op te schrijven. Drie maanden later stierf haar moeder, 45 jaar oud, aan multiple sclerosis.

Ze was een gedreven, blijvende lezer en dat had zo zijn effect op mij. Ik had geen idee dat MS haar zo snel zou raken. En ik was er niet. Daar rakelt zulke schuldgevoelens op. Ze wist dat ik schreef, maar ze heeft er nooit iets van gelezen. Kun je je voorstellen hoe veel spijt ik daarvan heb? Er is een hoofdstuk in het boek waarin Harry zijn overleden ouders in een toverspiegel ziet en ik weet dat als mijn moeder niet was gestorven, ik het een stuk minder serieus had behandeld.

Joanne groeide op als de dochter van een manager bij Rolls-Royce (deze is nu hertrouwd), en ze was volgens haarzelf, “een (te) intelligent klein etterbakje met een verzekeringsbril” op de plaatselijke basisschool. Ze haalde een graad in Frans en Klassieken aan Exeter en ging toen naar Londen om voor Amnesty International te werken. Ze vertrok echter spoedig naar Manchester om samen te gaan wonen met haar vriendje die ze van de universiteit kende en nam een kantoorbaantje bij de universiteit daar. Toen stierf haar moeder.

“Daardoor ging ik heel erg nadenken over wat ik nu moest doen. Ik was een assistent, een assisent docent in Parijs geweest als onderdeel van mijn studie en ik realiseerde me dat ik het heel erg leuk vond, toen ik in Manchester zat dacht ik dat het iets was wat ik graag weer zou doen. Dus ongeveer negen maanden nadat Ma overleed ging ik naar Oporto en gaf daar Engels.”

In Portugal gaf Rowling les, schreef drie hoofdstukken van Harry Potter, leerde een Portugese journalist kennen met wie ze ook zou trouwen en beviel van haar dochter. Jessica. Dit gebeurde allemaal heel snel na elkaar. De baby was drie en een half maand oud toen de huwelijk op de klippen liep, waardoor Rowling rond kerst 1993 bij haar zus in Edinburgh verbleef. Het kind is genoemd naar Rowlings heldin, zowel in leven als in literatuur, Jessica Mitford. De reden hiervoor? “Het feit dat ze zo verschillend bleef van haar achtergrond, dat haar eerste echtgenoot zo jong stierf, dat ze twee van haar vier kinderen verloor onder tragische omstandigheden – en toch had ze geen zelfmedelijden en een geweldig gevoel voor humor tot aan het bittere einde. Ik gaf mijn dochter een exemplaar van Mitforts Hons and Rebels voor haar doop.”

Ze wilde Edinburgh na kerst verlaten, maar op de één of andere manier kwam het daar nooit van. Op een regenachtige vertelde ze het verhaal van Harry aan haar zus Di en gaf aan haar de eerste hoofstukken zodat ze ze kon lezen. “Het is mogelijk dat als ze niet had gelachen, ik niet was doorgegaan met het hele gedoe,” zegt Rowling vandaag. Maar Di lachte – en er volgden zes maanden van schrijven in armoedige omstandigheden.

“Ik voelde er niets voor, helemaal niets, om in de bijstand te blijven. Het is het meest ziel-vernietigende ding. Ik wil dingen niet dramatiseren maar er waren avonden dat, hoewel Jessica at, ik niet at. Het idee dat je jezelf expres in de bijstand zou kunnen laten belanden… Je zou een echte idioot moeten zijn.

“Ik was afgestudeerd, ik had vaardigheden. Ik wist dat mijn lange termijn verwachtingen goed waren. Het moet anders zijn voor vrouwen die dat geloof niet hebben en in die armoede val belanden – het is de hopeloosheid, het verlies van zelfbewustzijn. Voor mij was het tenminste maar zes maanden. Ik schreef de hele tijd, wat mijn geestelijke gesteldheid echt goed deed. Zodra Jessica sliep, zou ik grijpen naar pen en papier.

Uiteindelijk kreeg ze een part-time baan en ontving een beurs van 8000 pond van de Schottish Arts Council. Aangezien die in een extreem amoedige periode kwam, betekende dat meer dan de vele nullen die ze uit de recent deal met een Amerikaanse uitgever sleept. Rowling heeft dat geld nnog niet ontvangen, maar ze heeft al honderd pond uitgegeven aan een jasje voor wanneer ze po TV moet verschijnen.

Rowling zal zeer waarschijnlijk een miljonaire worden voordat ze 40 is. Maar het koffie leven gaat gewoon door. “Schrijven en koffie zijn in mijn gedachten sterk met elkaar verbonden. Ik schrijf met de hand, ik vind het leuk om echt met papieren te rommelen en je hoeft niet te stoppen om in de keuken koffie te gaan maken.”

Ze kijkt met een blik van genegenheid rond in het grote Nicholson’s en kijkt naar het plafond. “Er zijn hierboven flats,” zegt ze bedachtzaam. “Ik zou dan niet eens ontbijt hoeven te maken…”