“Harry Potter betovert een natie”
Electronic Telegraph, 25 juli 1998
Helena de Bertodano
[ Joanne Rowling, schepper van de fictionele tovenaarsleerling wordt de nieuwe C. S. Lewis genoemd. Haar verhalen voor kinderen hebben, zoals die van Lewis, een donkere, volwassen tintje. Waar komt het vandaan?]
MISSCHIEN is Joanne Rowling teveel verdiept geraakt in haar eigen fantasiewereld. In haar Harry Potter kinderboeken is er een verbazingwekkende substantie genaamd Brandstof, waarvan een beetje haar karakters door het hele land kan transporteren in enkele seconden. Maar in het echte leven verlopen dingen niet zo soepel.
We hebben afgesproken om elkaar om tien uur te ontmoeten in het gebouw van haar uitgever, Bloomsbury, aan Soho Square. Om twaalf uur vliegt er een dunne jonge vrouw met lang vuurrood haar door de deur, helemaal overstuur en in de war. “Het spijt me zo erg, het spijt me echt heel erg,” zegt ze aan één stuk door, trillend als een blad en ze ziet er uit alsof ze zou kunnen gaan huilen.
Met een sterke kop koffie in de ene hand en een sigaret in de andere komt ze langzaam tot rust maar kan niet stoppen met zich te verontschuldigen. “In de taxi bedacht ik dat een beetje Brandstof érg handig zou zijn geweest,” zegt ze halflachend door haar agitatie heen.
Een lange en ingewikkelde uitleg komt boven water: Het hotel wilde haar niet laten uitchecken omdat ze haar naam in de computer niet konden vinden, en toen ze haar naam hadden vonden ze dat de rekening die ze van te voren had betaald nog niet goed was. “Ik was halverwege in de taxi en ik was zo van streek omdat ik te laat was, en toen ontdekte ik dat ik mijn portomonee niet mee had. Dus ik barstte gewoon in tranen uit.”
Haar vele verontschuldigingen laten zien dat er geen risico is dat zij een ‘prima donna’ zal worden. Maar in het afgelopen jaar heeft haar leven onmeetbare veranderingen doorgemaakt. Eerst was ze een alleenstaande moeder die moeite had om het hoofd boven water te houden, want ze leefde op de bijstand in een slechte flat in Edinburgh, maar nu is ze een bestsellerschrijfster geworden. Haar meest recente boek, Harry Potter en de Geheime Kamer dat deze maand uitgegeven is, staat aan de top van de algemene verkooplijst, waarbij de Jeffrey Archer en John Grisham inhaalt.
Toen haar eerste boek vorig jaar werd uitgegeven, werd Rowling een literaire sensatie. Het boek won de Smarties Prize – het kinderequivalent van de Booker – en er werden 70.000 exemplaren in Engeland verkocht. Het werd aan acht andere landen verkocht, waarbij ze voor de Amerikaanse editie een voorschot van $100.000 dollar kreeg, een enorme som voor een eerste boek, iets dat nog bijna nooit voor een kinderboek is gebeurd.
Maar wat het vreemdste is, is dat volwassenen haar boeken ook leuk vinden. Wanneer ik mijn twijfels aan haar uitgever vertel, want het is niet gek dat het bovenaan de verkooplijst van volwassenen staat omdat die het kopen voor hun kinderen, krijg ik een stapel brieven in mijn handen gedrukt. Ze maken allemaal duidelijk dat dit niet het geval is: Mary Dickson uit Glasgow heeft naar Bloomsbury geschreven of ze lid kon worden van de Harry Potter Fan Club, waar ze aan toevoegde, “P. S., ik ben 60 jaren jong” terwijl John Roberts uit Bristol, die zichzelf beschrijft als “een kind van hart, een volwassene in lichaam” wil weten of er ook een film komt.
Het antwoord is ja. Er gaat een gerucht dat ze op het punt staat om een contract met Hollywood gaat sluiten en dat het een getal van 6 cijfers waard is. Rowling geeft toe dat er waarheid in de geruchten zit, maar ze zegt dat ze niets kan bevestigen omdat ze het contract nog moet ondertekenen.
Het enthousiasme over Joanne Rowling is zo erg dat ze vergeleken wordt met C. S. Lewis en Roald Dahl, die ook de zelfdzame gave bezat om zowel kinderen als volwassenen te vermaken. Het geheim hierachter schijnt te zijn dat haar doelgrep uit één persoon bestaat: Haarzelf. “Mensen hebben tegen me gezegd dat de humor erg volwassen is, maar ik denk dat ze kinderen onderschatten. Sommige kinderen die ik heb ontmoet hebben elk grapje begrepen en ook als ze dat niet deden, maakt het eigenlijk niets uit. Het ergert me dat mensen denken dat je dingen moet vereenvoudigen voor kinderen.”
Rowling, die 32 is, zegt dat ze erg vereerd is om te denken dat volwassenen evenveel van de boeken genieten als kinderen. Een vriend van haar vertelde haar kortgeleden over een man op een trein die probeerde om een exemplaar [ van Harry Potter] verborgen achter zijn krant te lezen. “Ik heb brieven gehad van hele families, waarin stond dat er ruzie rond bedtijd was, omdat de moeder het hoofdstuk uit wilde lezen en het toen afpakte en het hele boek zelf las.”
Het verhaal gaat over Harry, een wees die bij zijn gemene oom en tante woont, voordat hij ontdekt dat hij een tovenaar is en naar Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus gaat. Hier, voorzien van toverstok en bezemsteel, krijgt hij lessen in Toverdranken, Kruidenkunde en Zwerkbal, een soort van voetbal maar dan in de lucht. Maar intussen moet hij de krachten van het duister bestrijden met zijn vrienden Ron en Hermelien, door slangen, driekoppige honden en Draco Malfidus te bevechten.
Als dit allemaal te kinderlijk voor woorden klinkt, moet het worden toegevoegd dat de boeken gekenmerkt worden door een inventieve humor en een levendige karakterisatie. En de avonturen hebben een diepere laag, een gevoel van moraal dat subtiel is en emoties die heel diep gaan. Na het lezen van het eerste deel in de serie is het niet heel erg verwonderlijk om Rowling te horen zeggen dat ze het boek veranderde om haar eigen verdriet te weerspiegelen toen haar moeder op 45-jarige leeftijd aan MS stierf.
In een hoofdstuk kijkt Harry in een toverspiegel waarin degene die er in kijkt kan zien wat hun hart het meest verlangt, en ziet zijn dode ouders naar hem zwaaien. "Hij voelde een sterk soort pijn van binnen, half blijdschap, half van verschrikkelijk verdriet," schrijft Rowling.
“Ik was me er van bewust dat als ik in de spiegel (van Neregeb) keek, ik hetzelfde zou zien als Harry. Maar ik realiseerde me pas ten volle waar het allemaal vandaan was gekomen toen ik het had geschreven. Het spijt me heel erg dat mijn moeder nooit van dit alles heeft geweten, maar het feit dat ze mijn dochter nog nooit heeft ontmoet is minstens zo vervelend.”
Het morele punt wordt dichter bij het einde van elk boek duidelijk. “Het zijn onze keuzes, Harry, die laten zien wat we echt zijn, veel meer dan onze vermogens,” zegt Albus Perkamentus, het schoolhoofd in het einde van het tweede boek. Rowling geeft toe dat de morele drive belangrijk is voor haar, maar benadrukt dat het niet kunstmatig is. “De moraal komt heel erg natuurlijk, het gebeurt heel vaak dat wanneer ik het einde nader, ik me realiseer waar ik over schreef. Maar ik denk niet dat mijn boeken belerend zijn – Harry breekt de regels met een behoorlijke regelmaat.”
Voor degenen die niet kunnen wachten op de volgende delen (die zullen worden uitgegeven met de regelmaat van één per jaar, voor de volgende vijf jaar, tot Harry van school gaat) is er een fanclubwebsite opgezet, met extra beetjes informatie en verhalen. De fan zal een certificaat krijgen dat verklaart dat hij of zij een “ereleerling van Zweinstein, een persoonlijke vriend van Harry Potter, een echte tegenstander van de Duistere Zijde en een helemaal goed persoon” is. Het motto van de school – Draco Dormiens Numquam Titillandus – Kietel nooit een slapende draak – verschijnt onder het officiële logo.
Wanneer we het kantoor verlaten om nar een nabijgelegen café te gaan, wordt Rowling bijna van haar sokken af geduwd door twee jonge kinderen. “Jo, Jo!” roepen ze en omarmen haar benen. “Ga met ons mee winkelen!” smeken ze. Ze zijn de dochters van één van de redacteurs van Bloomsbury en ze beloofd om ze vanmiddag naar Hamley’s te vergezellen.
Toen ze nog een kind was en opgroeide in Cheptow, lazen Joanne en haar jongere zus, Di, een heleboel. “De meest heldere herinnering die ik van mijn kindertijd heb, is dat mijn vader “Wind in the willows” aan me voorleest. Toen had ik de mazelen nogal erg te pakken, maar ik kan me dat niet herinneren; Ik herinner me alleen het boek.”
Ze hield van C. S. Lewis en E. Nesbit, maar was niet zo’n grote fan van Roald Dahl. Waar het de boeken van Enid Blyton betreft, Rowling zegt dat ze ze allemaal heeft gelezen, maar ze is er nooit toe verleid om ze nog eens te lezen, waar ze Lewis telkens weer zou herlezen. “Zelfs nu, als ik in een kamer was met één van de Narnia boeken, dan zou ik het oppakken en het herlezen.”
Rowling ging naar de plaatselijke middelbare school, waar ze een “snotty, (te) intelligent kind” was en “ heel erg onzeker.” Hermelien, een personage uit haar boeken, lijkt heel erg op haar. “Ze is een karikatuur van mij, ik was niet zo slim, maar ook niet zo irriterend als Hermelien. Tenminste, ik hoop dat ik dat niet was, omdat ze me dan beter hadden kunnen verdrinken bij mijn geboorte. Maar, net als mij, wordt ze iets losser. Toen ik door mijn tienerjaren heen ging, werd het eigenlijk alleen maar beter. Ik besefte bij mijzelf dat er meer aan mij was dan gewoon iemand die altijd gelijk had.
Behalve een paar kleine dalen zegt ze dat de stijgende lijn sindsdien heeft doorgezet in haar leven.
“Ik ben iemand die écht gelukkiger is geworden toen ik ouder werd. Ik voel me meer en meer comfortabel met mijzelf en ik heb altijd een gevoel gehad dat wanneer ik in mijn veertiger jaren ben, ik eindelijk gemoedsrust zal krijgen.. Ik hoop dat het waar is, want ik zou wel een beetje gemoedsrust kunnen gebruiken. Ik zou nooit terug gaan en mijn kindertijd opnieuw willen beleven. Ik kijk er helemaal niet op terug als een fase van gezegende blijdschap.
Dus het is ironisch dat ze uiteindelijk vooral voor kinderen ging schrijven. Ze zegt dat ze het niet zo plande, het gebeurde gewoon. Nadat ze de universiteit van Exeter verliet, waar ze Frans en Klassieken studeerde, begon ze te werken als een leraar maar droomde er over om een schrijfster te worden.
Op een dag, toen ze vier uur lang vastzat op een vertraagde trein tussen Manchester en Londen, bedacht ze een jongen genaamd Harry Potter. Dat was in 1990. Het kostte haar zes jaar om het boek te schrijven. Intussen ging ze lesgeven in Portugal, trouwde met een portugese TV journalist, kreeg haar dochter Jessica, scheidde van haar echtgenoot en keerde terug naar Engeland toen Jessica slechts drie maanden oud was.
Ze ging in Edinburgh wonen om dicht bij haar zus, Di te kunnen zijn. “Ik zat in de put. Ik kwam ongeveer een maand voordat John Major zijn beruchte “alleenstaande ouders zijn de wortel van de problemen van de maatschappij” speecht deed, terug in Engeland. Ik moest er heel hard voor werken om het hoofd boven water te houden en ik dacht dat het een afschuwelijk iets was om te zeggen, mensen die al zo vreselijk kwetsbaar zijn tot slachtoffer maken. De meeste van hen hebben geen ontsnappingsroute. Ik had heel veel geluk. Ik had gestuurd en had wat heel goed verkoopbare vaardigheden dus het duurde niet lang.
Rowlings plotselinge armoede zorgde er voor dat ze zich besefte dat het “met de rug tegen de muur aan” tijd was en ze besloot om haar Harry Potter boek af te maken. Ze kon haar koude en vervelende flat niet uitstaan dus ze liep door de straten van Edinburgh terwijl ze Jessica in een buggy duwde tot ze in slaap viel om dan heel snel naar een café te gaan en twee uur te schrijven, terwijl de baby naast haar sliep. “Ik had het punt bereikt waar verlegenheid een luxe was die ik me niet meer kon veroorloven. Ik dacht ‘wat is het ergste wat me kan overkomen?’ Elke uitgever in heel Engeland zou me kunnen afwijzen – nou, wát erg.”
Ze typte twee manuscripten uit - ze kon het zich niet veroorloven ze te kopiëren - en stuurde ze naar twee agenten in Londen die ze uit een jaarboek in de locale bibliotheek had gehaald. Christopher Little schreef onmiddelijk terug om de manuscripten te accepteren. "Ik kon het niet geloven. Ik moest de brief wel acht keer lezen," zei Rowling.
Nu leven Joanne en Jessica, die bijna vijf is, in een huis in het centrum van Edinburgh. “Het belangrijkste is het diepgaande gevoel van opluchting. Ik hoef me niet langer constant zorgen te maken over of ze te groot zal worden voor een paar schoenen voordat ik het geld voor het volgende paar heb. Tot je het zelf hebt meegemaakt heb je geen idee hoe zielvernietigend het is om geen geld te hebben. Het is een totaal verlies van zelfwaardering.”
Ze heeft een paar goede vrienden, die in de moeilijke tijden bleven. “Ik weet echt wie mijn vrienden zijn omdat er een periode was toen er absoluut niets te halen viel bij mij. Mensen hebben me echt geholpen - ik praat niet over geld, maar ik praat over het feit dat ze er gewoon waren toen ik het moeilijk had.”
Sinds haar succes hebben een paar ‘mooi weer’ vrienden geprobeerd om contact op te nemen. “Ik heb de telefoon niet opgenomen. Ik dacht gewoon, ‘besluit nu niet opeens dat ik de hele tijd een vreselijk interessant persoon ben toen ik een heel jaar helemaal niet interessant ben geweest.’”
Ze zegt dat ze nu niet blijer had kunnen zijn. “Ik heb wat ik altijd al heb gewild, en tot mijn verbazing voldoet het helemaal aan mijn verwachting. Het enige wat ik wilde doen was schrijven en er wat geld mee verdienen. En ik heb een droomkind – Jessica. Mijn leven is heel erg vervuld: ik kijk niet rond en denk “Laten we nu ook nog eens een perfecte man krijgen.” Als er een perfecte man kwam zou er niemand gelukkiger zijn dan ik, maar het is niet mijn prioriteit.
Hoewel ze zegt dat het zal voelen als een ‘verlies’ wanneer ze de Harry Potter serie af heeft, is ze verberaden dat wanneer hij van school af gaat, dat het einde zal zijn. “Er zal gene Harry Potter midlife-crisis of Harry Potter als een oude tovenaar zijn.”
Ze zou zelfs een poging kunnen wagen om ‘volwassen’ boeken te schrijven, maar ze weet zeker dat ze dat niet als het hoogste dat ze kan bereiken ziet. “Ik denk dat het verkeerd is om over boeken voor volwassenen te denken als ‘echte literatuur’. Echte literatuur kan voor mensen van negen zijn, en dat probeer ik te schrijven.”