Harry’s beroemdheid
Scotland on Sunday, 17 januari 1999
Een week is in de politiek al lang, maar twee jaar in de uitgeverswereld is een geologische oudheid. In het begin van 1997 had niemand gehoord van Joanne Rowling, hoewel sommige mensen haar hebben zien schrijven in Edinburghse cafés, een baby in een kinderwagen aan haar zijde. Twee jaar later is deze caféschrijfster echter in hetzelfde rijtje als C. S. Lewis, Roald Dahl en Robert Louis Stevenson. Haar gedreven held Harry Potter, een normaal jongetje dat tovenaar is grworden en die de krachten van het kwade bestrijdt, is bijna even beroemd als Aslan de leeuw, Willy Wonka en Jim Hawkins.
Rowling krimpt er van ineen wanneer ze tussen zulke groten der kinderliteratuur wordt geschaard, maar het bewijs van de verkoopcijfers en literaire prijzen van over heel de wereld suggereerd dat zulke vergelijkingen niet zo absurd zijn als ze mogen klinken.
Joanne Rowling, een levendige jonge vrouw van 33 ziet er niet uit en gedraagt zich ook niet als een internationale superstar. Haar gezicht is puntig als dat van een kat, haar ogen schitteren en ze heeft donkerblond haar dat tot op haar schouders valt en een bovennatuurlijke glans heeft. Het kost niet veel verbeelding om haar als een professor op haar beroemde Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus te zien. Vandaag is ze verschrikkelijk bleek, omdat ze de hele nacht is opgebleven om een hoofdstuk uit Harry Potter en de Gevangene van Azkaban te schrijven, het derde in de geplande serie van zeven Harry Potter boeken.
Na het fenomenale succes van de eerste twee Harry Potter boeken, die tot een filmcontract met Warner Brothers hebben geleid, wordt er gezegd dat J. K. Rowling een miljonair zal zijn wanneer ze 40 is. Maar ondanks het feit dat ze heel plotseling rijk is geworden, is ze per bus naar Edinburgh gegaan. Het is duidelijk dat de materiële kant van succes zich nog moet manifesteren in haar.
Vriendelijk en vertrouwelijk stroomt ze over van gesprek en scherpzinnigheid. Haar uitgevers mogen soms wensen dat ze iets minder toegefelijk was, maar haar openheid is een onderdeel van haar nooit afwezige charme. Niet dat ze niet wenst dat ze soms media vragen had kunnen afweren.
Toen ze voor het eerst bekend werd, werd het verhaal van Joanne Rowling keurig verdeeld tussen bewondering voor haar kinderboek, Harry Potter en de Steen der Wijzen, en medelijden voor een dappere alleenstaande moeder, die moeite moest doen om rond te komen op de bijstand en ze had ook nog een baby. “Ik dacht een tijdje dat ik zou gaan overgeven als ik nog een foto van mezelf zag met als onderschrift ‘alleenstaande moeder, blut en gescheiden’. Als je het daar zo allemaal zwart op wit staat denk je ‘Wat verschrikkelijk, ik ben zo verdrietig, toch?’ Ik voel me niet zo verdrietig.”
Verdrietig is echter het laatste woord wat past bij deze vrouw, wiens succes duizelingwekkend is. In de week dat we elkaar spraken had ze net te horen gekregen dat ze in de New York Times Bestsellerlijst was gekomen, zowel die voor volwassenen als die voor kinderen. In tegenstelling tot sommige schrijvers die claimen dat het winnen van literaire prijzen niet belangrijk is, was Rowling verheugd toen Harry Potter de Smarties Prize twee opéénvolgende keren te pakken kreeg. Deze week zal ze ontdekken of ze ook de gewilde Withbread Children’s Book of the Year award krijgt. Voor een recente verandering in de regels kon de winnaar van deze categorie ook de ‘algehele’ Witbread Prize winnen. Maar, ook als dat nu nog had gekund, denkt ze niet dat ze hem had kunnen krijgen. “Kinderboeken staan altijd heel erg aan de zijlijn. Ik denk niet dat ik een kans om hem te winnen zou hebben gehad.”
Maar je kunt je voorstellen dat het gebeurd zou kunnen zijn. Sinds zijn eerste verschijning in 1997, is Harry Potter van het rijk van de kinderliteratuur naar de volwassenen wereld gegaan. Er is iets aan deze sympathieke, vrijpostige en attente jongen dat de aandacht trekt.
In dit verhaal is er een haak voor elke verbeelding. Een duidelijke strijd tussen goed en kwaad, de Harry Potter boeken slepen je op een diep niveau mee, zowel moreel als emotioneel. En een groot deel van hun succes is hun humor, de scherpe one-liners en de eigenzinnige spot die het boek doen schitteren.
Harry’s beroemde eerste bezoek aan Zweinstein met een stoomtrein van King’s Cross is een reis die een speciale weerklank heeft voor Rowling. Haar ouders ontmoetten elkaar op een trein die van Londen naar Edinburgh ging en later terug gingen naar Schotland voor een geheime trouwerij in Gretna Green. Rowlings grootmoeder was een buitenechtelijk kind, haar ouders waren Schots, maar ze werd achtergelaten in een kindertehuis in Londen, wiens eigenaars haar adopteerden. Ze kreeg privé les en tot ze 14 was, bezochten advocaten haar elk jaar. Wie haar ouders ook waren, één van haar had geld.
Toen Rowlings huwelijk op de klippen liep, ging ze naar Edinburgh, waar haar zus Di woont. Nu voelt ze een “groeiende band met Schotland.” Ze herinnert zich een beurs van het Scottisch Arts Council van 8.000 pond die nét op tijd kwam. “Ik zal me dat nooit vergeten, zolang als ik leef,” en haar dochter Jessica gaat nu in Edinburgh naar school. “Ik voel me alsof we ons daar echt hebben geworteld hebben. Dit is nu mijn thuis, punt uit.”
Rowlings achtergrond is echter heel erg Engels. Ze bracht haar eerste negen levensjaren in Bristol door, waar ze met een groepje frienden speelden, en onder hen waren twee die Potter als achternaam hadden. Toen kreeg haar vader een baan bij Rolls-Royce en ze verhuiden naar een huis bij het Forest of Dean, in de buurt van Chepstow, dichtbij Wales en zijn legenden en wildernis.
“Ik denk dat het leven in dat echte plattelandsgebied, waar er erg weinig te doen was – een heleboel wild uitzicht enzo – echt mijn fantasie stimuleerde, zeker, omdat we niet naar de bioscoop konden gaan, we konden niet doen wat een heleboel stadskinderen doen, dus we gingen gewoon naar buiten en verzonnen domme dingen in de velden.”
Hoewel de setting van invloed was op haar werk, is er maar één karakter dat direct van het Forst of Dean afkomstig is: Hagrid, de enorme Sleutelbewaarder, wiens afgekorte einden van woorden een specialiteit uit Chepstow zijn. Qua vorm lijkt hij op de Welshe afdeling van de Hells Angels, die neerstreken in het dorp en de bar in beslag namen, “enorme bergen van leer en haar.”
Aangezien men constant vraagt naar de bron van haar boeken, kan Rowlnig alleen zeggen, “Ik krijg het allemaal door me te herinneren hoe het was om een kind te zijn. Dus al die dingen waar Harry doorheen moet, en al die gevoelens van soms verdwaald zijn en verward zijn, dat zijn allemaal dingen die me nogal levendig herinner.”
Sinds haar jongste jaren schrijft Rowling al fictie. Ze vertelde verhalen aan haar zus “- het arme schaap” en verzon vervolgverhalen voor haar school en universiteits vrienden. Er zijn twee boeken voor volwassenen in een la “Die elk moment vernietigd kunnen worden… Ze waren nogal troep, écht troep.”
Toen Harry Potter eenmaal in haar hoofd kwam, werd ze echter heel erg opgewonden, zij het niet bezeten: “Het is zeker een obsessie. Ik zou echt gek worden, misschien nog erger dan ik al ben, wanneer ik niet zou kunnen schrijven.”
Vanaf het begin nam de wereld van Harry en Zweinstein bezit van haar. “Toen ik de uitgever voor het eerst ontmoette nadat ze het boek hadden genomen, was mijn grote angst dat ze niet om vervolgdelen zouden vragen. Omdat ik er zeven heb gepland, en ik heb dozen vol met spul over Harry.” Ze is nu al deel vier aan het schrijven en het laatste hoofdstuk van het boek is al geschreven.
“Ik heb serieus overwogen om het op slot te doen en op zolder te doen, omdat niemand mag weten wat er op het einde gebeurt – het is cruciaal.”
Wanneer ze over Harry Potter praat, is zijn verzonnen leven zeker interessanter dan dat van haarzelf. Ze praat alsof hij haar kan horen: met respect en met liefde. “Harry verandert wanneer hij ouder wordt. Hij en zijn vrienden zijn nu v14 en hun hormonen doen mee, dus het is heel erg leuk om over te schrijven. Iedereen is verliefd op de verkeerde persoon, het is briljant.”
Door het duizelingwekkende succes van haar boeken is Rowling verbijsterd en dankbaar. Hoewel de vroege publiciteit haar allereerste geval van writer’s block veroorzaakte, toen ze ruim in deel twee was, denkt ze niet dat Harry op welke manier dan ook veranderd is door haar beroemdheid: “Ik denk niet dat Harry ook maar op de kleinste manier beïnvloedt is door iets dat er met mij gebeurd is omdat de wortels te diep gaan. Dus wanneer ik ga zitten om iets over hem te schrijven, sluipt niets van dat binnen.”
Het is duidelijk dat Harry haar net zo lief is als een zoon – en ze praat over niets, behalve haar dochter, met zulke liefde. Ze overdrijft niet wanneer ze smachtend zegt: “Hij voelt zo echt voor me, ik denk dat het mijn hart zal breken als ik stop met over hem te schrijven.”