Over magie en éénouderschap

Margaret Weir, 1999, Salon

Bestseller auteur J. K. Rowling probeert nog steeds om te wennen aan de instant beroemdheid die ze door haar eerste kinderboek kreeg

Ik moet toegeven dat ik op een bepaalde manier bevooroordeeld ben: ik groeide op in een aftandse boerderij in County Wicklow dat in Ierland ligt. Het is een plaats met regenachtige magie die niet heel erg verschilt van het gezellige maar niet al te stevige huis van de heksenfamilie in het tweede deel van J. K. Rowlings “Harry Potter” boeken. Ik ben ook dodelijk Anglofiel, houdend van gelispel en kniesokken. Dus toen al mijn all-American van techno gestoorde tweelingzoons hun nihilistische computerspellen verlieten om over jachtopzieners, kobolden, klassenoudsten en theeworstjes te lezen, was ik verheugd.

Zoals bij verhalen over magische verhalen past, is de popurilateit van Rowlings debuut, “Harry Potter en de Steen der Wijzen”,, zelf een beetje ongewoon – een vuur dat van kind van kind verspreid is, aangewakkerd door gefluister in klaslokalen aan beide kanten van de Atlantische oceaan. Iets dat het boek nog veel fenomenaal maakt is dat het boek, gericht op 8 tot 12 jaar oude kinderen, momenteel voor de 15de op de New York Times Bestsellerslijst staat. (In tegenstelling tot het laatste grote ‘crossover’ boek, Philip Pullmans boek uit 1996, “Het Gouden Kompas”, werd als zodanig gemarket door Knopf in een dure campagne waardoor het veel verkocht werd, maar het bereikte de Times lijst niet)

Harry Potter is zowel een frisse, heldere bron van adembenemende vertelkunst als nummer één op de ‘Independent Booksellers List,” boven John Grishams ‘The Testament’. Het is geen wonder dat Rowlings kinderboeken in Engeland twee verschillende omslagontwerpen hebben – één die op kinderen gericht is en één die sober genoeg is dat volwassenen de boeken in het openbaar kunnen lezen.

In het volgende boek van de serie, “Harry Potter en de Geheime Kamer,” breidt J. K. Rowling de fascinerende wereld van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus uit met verrassingen die om elke hoek loeren: een dagboek dat terugschrijft; portretten van voorvaderen die hun haar elke nacht krullen en opdoffen; een enorme jachtopziener die van mensenetende dieren houdt; een professor die overleed, het niet merkte en als geest doorging met lesgeven. Op een bepaald moment wordt Harry gewaarschuwd dat sommige boeken gevaarlijk zijn: “Ene oude heks in Bath had een boek waarin je niet kon stoppen met lezen! Je moest gewoon met je neus er in rondlopen en proberen om alles met één hand te doen!”

Rowling heeft nog zo’n boek geschreven. Mond-op-mond publiciteit van het vervolg is al zo sterk geworden dat zijn Amerikaanse uitgever, Scholastic, bekend heeft gemaakt dat het de uitgavedatum in de VS van September naar Juni verschuift.

De uitgever voelde zich duidelijk onder druk gezet door loyale ‘Potterieten’ die al waren begonnen met het kopen van exemplaren via het internet of ze vanuit Engeland, waar het al sinds juli wordt verkocht, mee te smokkelen. Executive Vice President Barbara Marcus zei ook dat Scholastic plant om de uitgavedata voor de rest van de serie dichter bij de Britse publicatiedata in te roosteren wegens “overduidelijke redenen”.
Het verhaal over Harry Potters schepper, Joanne Rowling, is zelf al wat magisch: Ze was in armoede vervallen en moest haar babydochtertje alleen opvoeden toen ze het eerste ‘Harry Potter’ verhaal aan het afmaken was, een beurs  van het Scottisch Arts Council zorgde er voor dat ze het af kon krijgen. (Als je dit weet, juich je veel harder wanneer Harry zelf de spirituele armoede van zijn wrede oom en tante verlaat om aan boord te gaan van de trein naar Zweinsteins School en zijn wereld van oneindige mogelijkheden en rijke, hoewel vreemde, tradities.) Salon bereikt Rowling in haar huis in Edinburg, Schotland, waar ze sprak over instante bekendheid, de ‘dreuzel’ en éénouderschap,

Het advertentie exemplaar van je boek zegt dat je een ‘alleenstaande moeder die moeite had om het hoofd boven water te houden’ was toen je ‘Harry Potter en de Steen der Wijzen’ schreef. Kun je meer over die tijd vertellen?
Nou, eigenlijk was ik niet de hele tijd dat ik het eerste ‘Harry’ boek schreef een alleenstaande moeder die moeite had om het hoofd boven water te houden. Het was alleen gedurende het laatste jaar dat ik er aan schreef toen ik opeens armer was dan ik ooit tevoren was geweest. Natuurlijk was het doorgaan met schrijven een beetje een logistiek probleem. Ik moest volledig gebruik maken van alle keren dat mijn toenmalige baby dochtertje sliep. Dat betekende schrijven in de avonden en tijdens dutjes.

Ik was gewend om haar in de kinderwagen te stoppen en met haar in Edinburgh rond te lopen, te wachten tot ze in slap viel om me dan naar een café te haasten en te schrijven zo snel als ik kon. Het is verbazingwekkend hoeveel je gedaan kunt krijgen wanneer je weet dat je heel weinig tijd hebt. Als je kijkt naar het aantal woorden per uur ben ik waarschijnlijk nooit zo productief geweest als toen.

Hoe was het toen je besefte dat het boek een success was?
Het klinkt een beetje vreemd, maar er iets niets dat het moment toen ik me eigenlijk realiseerde dat ‘Harry’ uitgegeven zou worden kan evenaren. Dat was het besef van mijn levensambitie – om een uitgegeven schrijver te zijn – en een hoogtepunt van zoveel moeite van mijn kant. Het simpele feit dat ik mijn boek op een boekenplank in een boekwinkel zou gaan zien, maakte me blijer dan ik kan zeggen.

Ik stond erg realistisch tegenover de mogelijkheid dat ik mijn brood zou kunnen verdienen met het schrijven van kinderboeken – ik wist dat het uitermate zeldzaam is – en dat maakte me niet bezorgd. Ik hoopte heel erg dat ik er net genoeg geld mee zou verdienen om te rechtvaardigen dat ik door zou gaan met schrijven, omdat ik mijn dochter ni mijn eentje ondersteun. Ik hoopte dat ik parttime zou kunnen werken (op dat moment werkte ik als een lerares Frans) en nog een beetje zou kunnen schrijven.

Drie maanden na de publicatie in Engeland belde mijn vertegenwoordiger me rond acht uur ‘s avonds om me te vertellen dat er in New York een veilig aan de gang was voor het boek. Ze waren al in de getallen met vijf nullen. Ik kreeg het koud van de schrik. Tegen de tijd dat hji om 22:00 terug belde, waren ze in de zes nullen. Om 11 uur belde mijn Amerikaanse redacteur, Arthur Levine, me. De eerste woorden die hij tegen me zei waren “Raak niet in paniek.” Hij wist echt waar ik doorheen ging. Ik ging naar bed en kon niet slapen. Op één niveau was ik uiteraard blij, maar het grootste deel van mij bevroor.

Voor de aller eerste keer ooit in mijn leven, kreeg ik writer’s block. Het leek alsof er nu veel meer op het spel stond, en ik trok een heleboel publiciteit aan in Engeland, waar ik helemaal niet op was voorbereid. In mijn wildste fantasieën had ik me nooit voorgesteld dat mijn gezicht in de krant zou staan – al helemaal niet met het onderschrift, zoals ze bijna allemaal waren, “geldloze alleenstaande moeder.” Het is moeilijk om gedefinieerd te worden door het meest moeilijke deel uit je leven. Maar dat aspect van het verhaal is, gelukkig, aan het verminderen in Engeland – de boeken zijn nu het verhaal, waar ik niets tegen heb.

In jouw boeken is Zweinsteins school heel erg fantastisch, van zijn verboden bos en Zwerbakvelden en eindeloze kasteelkerkers tot zijn pratende portretten en Harry’s eigen behaaglijke hemelbed. Zie je school als een potentiële toevluchtsplaats voor kinderen?
Mij wordt vaak gevraagd of ik naar kostschool ging en het antwoord is “nee’. Ik ging naar een ‘comprehensive’, een dagschool die door de staat werd gerund. Ik had niet in het minst het verlangen om naar kostschool te gaan (hoewel, als het Zweinstein was geweest zou ik meteen gegaan zijn). Voor kinderen kan school een toevluchtsoord zijn, maar het kan ook een griezelige plaats zijn; kinderen kunnen uitermate wreed zijn tegenover elkaar.

Denk je dat de notie van kostschool en de autonomie die het aanbiedt in dit tijdperk van heel erg betrokken ouderschap een allure heft die bijna taboe is voor zowel kinderen als ouders?
Ik denk dat dat zeker waar is. Harry’s status als een wees geeft hem een vrijheid waarvan andere kinderen alleen maar kunnen dromen (uiteraard met een schuldig gevoel). Geen kind wil zijn ouders verliezen, maar het idee van verwijderd worden van de verwachtingen van ouders is aantrekkelijk. De wees in de literatuur wordt bevrijd van zijn verplichting om zijn of haar ouders tevreden te stellen en van het onvermijdelijke besef dat zijn of haar ouders menselijke wezens met fouten zijn. Er is ook iets bevrijdends aan, over het getransporteerd worden in de soort van surrogaat familie die kostschool vertegenwoordigd, waar de relaties minder intens zijn en de grenzen misschien duidelijker gesteld.

Zijn er karakters of scènes in ‘Harry Potter’ afkomstig uit je eigen ervaring als een alleenstaande moeder?
Ik denk niet dat mijn ervaringen in die tijd het plot of de karakters direct beïnvloedden omdat er al zoveel van Harry Potter en de Steen der Wijzen was geschreven en gepland voordat ik een alleenstaande moeder werd. De enige gebeurtenis in mijn eigen leven die de richting van Harry Potter heft veranderd is denk ik de dood van mijn moeder. Pas toen ik het boek herlas besefte ik me hoeveel ik van mijn gevoelens over het verliezen van mijn moeder aan Harry had gegeven.

In je eerste boek lijken de tovenaars en heksen een beetje vreemd wanneer ze in de ‘dreuzel’, of normale wereld zijn – gehuld in capes met een dozijn zakken. Zijn ze bedoel om lezers aan dakloze mensen te doen denken?
Niet noodzakelijk daklozen, hoewel dat beeld er niet heel erg naast zit van wat ik probeer te suggereren. De tovenaars staan voor alles dat de echte Dreuzel het meest beangstigt: Ze vallen er duidelijk buiten en voelen zich er gemakkelijk bij. Er is niets afschrikwekkenders voor de conventionele mens dan het onbeschaamde buitenbeentje.

Hielp je ervaring met lesgeven je met het schrijven voor kinderen?
Ik gaf ongeveer vier jaar les aan hoofdzakelijk tieners. Het zijn overigens mijn eigen herinneringen van mijn kindertijd die mij helpen bij het schrijven; ik denk dat ik me erg levendig kan herinneren hoe het was om elf jaar oud te zijn. Het literatuuraspect van mijn graad aan Exeter College bezorgde me een heleboel goede namen voor karakters – maar dat was niet echt dat mijn docenten van me verwachtten dat ik ze zo gebruikte.

Een van de meest geliefde karakters is Hermelien Griffel, één van Harry’s beste vrienden en een boekenwormen wiens research hem onbetwist helpt om het aanwezige mysterie te ontrafelen. Hermelien maakt uitgebreide kennis zo sappig en waardevol maar ze is heel erg echt, gevoelig voor verliefdheden op opgeblazen types. Hoe verzon je haar?
Hermelien was erg makkelijk om te maken omdat ze bijna helemaal gebaseerd is op mijzelf toen ik 11 was. Ze is echt een karikatuur van mij. Ik was niet zo slim als zij is, en ik den kook niet dat ik zó’n betweter was, hoewel oud-klasgenoten het er oneens mee zouden kunnen zijn. Ik was net zoals Hermelien geobsedeerd door het behalen van academische resultaten, maar dit maskeerde een grote onzekerheid. Ik denk dat het erg gewoon is voor normale meisjes om zich zo te voelen. Net zoals haar verliefdheden op ongeschikte mannen… nou, ik heb mijn fouten gemaakt op dat gebied. Als  je een goed stel hersens hebt betekent het niet dat je beter bent dan welk persoon op het gebied van je hormonen in bedwang houden!

Wat waren de meest memorabele boeken die je als kind las?
Toen ik jonger was, was mijn favoriete boek “The Little White Horse” door Elizabeth Goudge. Mijn moeder gaf me een exemplaar toen ik 8 was; het was één van haar favorieten geweest toen ze nog jong was. Ik vond ‘Manxmouse’ door Paul Gallico ook helemaal geweldig en natuurlijk de Narniaboeken van C.S. Lewis.

Je woordgebruik is in beide Harry Potter boeken uitzonderlijk rijk en inventief. Hoe moet iemand kinderen aanmoedigen om een schat van zulke woorden te ontwikkelen?
Ik adviseer kinderen die me vragen voor tips over het zijn van een schrijver altijd om zoveel te lezen als ze maar kunnen. Jane Austen gaf een jonge vriend van haar hetzelfde advies, dus wat dat betreft bevind ik me in goed gezelschap.

Denk je dat de Engelse taal in Engeland meer leeft dan in de Verenigde Staten?
Een gedeelte van wat een taal doet ‘leven’ is zijn constante evolutie. Het idee dat Engeland ooit probeert om Frankrijk, waar ze een geleerde faculteit hebben, wiens taak het is om te proberen te voorkomen dat buitenlandse woorden in de taal worden opgenomen, te evenaren vind ik verschrikkelijk. Ik vind het geweldig om ‘Harry’ te redigeren met Arthur Levine, mijn Amerikaanse redacteur – de verschillen tussen ‘Brits Engels’ (waarvan er minstens 200 versies moeten bestaan) en ‘Amerikaans Engels’ zijn een bron van constante interesse en plezier voor mij.

Het moederschap vergt vaak een soort van generalistische of ‘manusje van alles’ expertise – een deel verpleegkundige, speelkameraadje, kok, dienstmeisje, bodyguard – met afleidingen die maar niet ophouden. Het is zo verschillend van schrijven, waar concentratie en discipline meestal nodig zijn. Hoe stem je deze twee op elkaar af?
Ik schrijf terwijl mijn dochter op school is en ik probeer het niet eens wanneer zee r is – ze is nu te oud voor dutjes.

Heb je een advies voor alleenstaande moeders die moeite hebben om rond te komen?
Ik voel me nooit zo prettig bij het geven van ‘woorden van advies’ aan andere alleenstaande moeders. Niemand weet beter dan ik dat ik érg veel geluk had – ik had geen geld nodig om het talent wat ik had te oefenen – het enige wat ik nodig had was een balpen en wat papier. Andere alleenstaande moeders hoeven e rook niet aan herinnerd te worden dat ze al de meest veeleisende baan ter wereld hebben, een baan die naar mijn mening niet genoeg wordt erkend.

Ik heb gelezen dat Warner Brothers de filmrechten voor “Harry Potter” heeft gekocht. Hoe ervaar je het feit dat Hollywood je karakters herschept?
Een mengsel van opgewondendheid en zenuwen! Ik denk dat “Harry” een geweldige film zou worden, maar natuurlijk voel ik me erg beschermend tegenover de karakters waar ik zo lang mee heb geleefd,

Hoe stel je je toekomst voor?
Nou, ik zal schrijven, en dat is ongeveer alles dat ik weet. Ik doe het mijn hele leven al en het is nodig voor mij – ik voel me niet helemaal normal als ik een tijdje niet heb geschreven.

Ik denk niet dat ik ooit zoiets populairs als de “Harry” boeken zal schrijven, maar ik kan best met die gedachte leven. Tegen de tijd dat ik klaar ben met Harry*, zal ik dertien jaar met hem geleefd hebben en ik weet dat het zal voelen al seen verlies. Dus ik denk dat ik wat tijd neem om te rouwen en dan door met het volgende boek!

*Het orgineel geeft: By the time I about Harry, I will have lived with him for 13 years, and I know it's going to feel like a bereavement.